Beek - Ubbergen

Pastoor Maarten Wesseling † 5 februari 2011.


(Hieronder: tekst van het bidprentje)

Met dankbaarheid gedenken wij

Maarten Wesseling

- Maarten Christiaan Maria -

Geboren op 28 maart 1937 te 's-Gravenhage.
Overleden op 5 februari 2011 te Nijmegen.

De uitvaart heeft plaatsgevonden in de parochiekerk H. Bartholomaeus te Beek-Ubbergen. Het kerkhof van het missiehuis SociŽteit voor Afrikaanse MissiŽn (SMA) te Cadier en Keer zal zijn laatste rustplaats zijn.

Toen hij als klein kind in Zuid-Limburg, waar hij opgroeide, bij de Bisschop op schoot zat, was het voor hem al duidelijk dat hij priester wilde worden. Op jeugdige leeftijd ging hij naar het seminarie. Dat is voor hem een fijne tijd geweest, met ook wel moeilijke momenten. Na zijn wijding, op 21 december 1963, is hij als lid van de SMA naar Ghana gegaan. Na diverse staties is hij de laatste 10 jaar in Nkoranza werkzaam geweest en heeft daar meegeholpen een kerk, scholen en een ziekenhuis te realiseren. Over deze tijd raakte hij niet uitgepraat. In november 2009 heb ik het als huisgenote van Maarten allemaal mogen meemaken door samen naar Ghana te reizen. Maarten heeft daar enorm van genoten, omdat in Nkoranza alles nog in stand is gehouden. Er waren zelfs uitbreidingen en Nkoranza is nu een bloeiende parochie en scholengemeenschap.

Na zijn tijd in Ghana is hij, ruim elf jaar, pastoor geweest van de Leonardusparochie in Helmond. Na de sluiting van die kerk is hij naar Beek-Ubbergen gekomen. Hij leefde voor de Eucharistievieringen, die hij goed voorbereidde in zijn hoofd. Maarten schreef nooit een preek op. De parochianen hebben hiervan genoten, eveneens van zijn goede stem met zingen in de kerk. Verder was iedereen welkom in de pastorie en hij, als pastoor, was blij als iedereen zijn drankje en hapje kreeg en het gezellig was. Twee weken geleden heeft hij nog de carnavalsonderscheiding gehad, waarbij hij straalde. De contacten met die club, de B.U.B. en het K.N.A. zijn allemaal door hem de kerk in gehaald.

De laatste twee jaar ging zijn gezondheid achteruit en vanaf eind april ging het steeds slechter. Hij verbleef het laatste half jaar op de verpleegafdeling van het Berchmanianum. We zijn dankbaar dat hem verder lijden bespaard is gebleven en dat Onze Lieve Heer hem tot Zich genomen heeft. We nemen aan dat Maria, die hij vereerde, hem daarbij begeleid heeft. Beek mag hopelijk nog lang genieten van het carillon, dat hij bij zijn 40-jarig priesterfeest gevraagd heeft.

"Moge hij de rust hebben gevonden, die we hem gunnen."

Met dank voor uw medeleven en belangstelling,
Corry Vermeulen, huisgenote
Broer en zus, Jozef en Corrie
A.J. Pijpers, SMA provinciaal Overste
Kerkbestuur Heilige Bartholomaeus
Pastoor E. Smits, administrator
Putifar

 

In memoriam pastoor Maarten Wesseling (uitgesproken tijdens de afscheidsviering op 11 februari j.l.)

Maarten Christiaan Maria Wesseling werd geboren op 28 maart 1937 in Den Haag, als derde kind en naar later bleek het jongste van het gezin. Het gezin verhuisde via Valkenburg naar Eindhoven vanwege het beroep van zijn vader, jurist. Als koorknaap en misdienaar beklom hij zijn eerste treden op de kerkelijke ladder. Al vroeg werd duidelijk dat Maarten priester of liever gezegd missionaris wilde worden. Dat was niet zo vreemd, omdat hij uit een familie komt waarin meerdere ooms en tantes in het klooster waren ingetreden. Zijn oom pater Piet Wesseling genoot landelijke bekendheid vanwege zijn lijdensmeditaties voor de radio, eind vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Na de lagere school in Eindhoven ging hij naar het seminarie van de paters van de SMA (Sociťtť Mission Afrique, de SociŽteit voor de Afrikaanse MissiŽn), eerst in Nieuw Herlaar bij St. Michielgestel in Brabant, later naar Cadier en Keer in Limburg. Als gevolg van een brand woonde de kloostergemeenschap een jaar in bij de Trappisten in Peij / Echt. Tijdens zijn seminarietijd verbleef de priesterstudent een tijd in Ierland in Galway. Het regime was daar streng, bijna op militaire leest geschoeid, maar de student wist, vindingrijk als hij is, toch nog een aantal persoonlijke wensen rond drama ingevuld te krijgen. Na terugkeer op het vasteland werd zijn seminarietijd afgesloten met de priesterwijding door Mgr. Moors, bisschop van Roermond op 21 december 1963.

Zijn priesterlijk leven valt uiteen in twee delen: het eerste deel van de 47 jaar in de missie, het tweede in het Nederlandse parochiepastoraat.

Na zijn wijding vertrok de neomist naar Engeland waar hij een jaar werkte als kapelaan. Vervolgens ging zijn jongensdroom in vervulling. Hij vertrok naar de missie in Afrika, naar Ghana. De eerste jaren in Ghana doceert hij op het seminarie van de Voltaregio. Daar worden inlandse priesters opgeleid. Een van zijn leerlingen is door de paus tot kardinaal is gecreŽerd. Naast zijn docentschap werkt hij aan zijn inburgering in Ghana waarin hij de verschillende achtergronden van allerlei stammen leert kennen en waar hij de taal leert spreken. Vervolgens loopt hij, zeg maar als kapelaan, stage bij verschillende missieposten.

Ongeveer zes jaar na zijn wijding wordt hem een eigen parochie toegewezen, NKORANZA, een plaats waar een belangrijke chief woonde. Een gebied waar nog nooit een blanke was geweest. Een streek waar allerlei goden worden vereerd, die mensen bang maken en onvrij. Katholieken zouden zeggen: compleet heidens. 12 jaar werkt hij in deze parochie als een ware bouwpastoor. Deze tijd wordt gekenmerkt door het leggen en ontwikkelen van contacten op allerlei niveaus, samen met anderen plannen ontwikkelen, en daarvoor draagvlak in de gemeenschap opbouwen. Begonnen werd met de bouw van een ruime pastorie, vervolgens een kerk, diverse scholen en zelfs een ziekenhuis. Het was een grote parochie met 19 buitenposten. Hij was vaak op weg op een motor of met een Jeep van de MIVA of te voet over vaak niet al te beste wegen. Zijn pastorie stond open voor eenieder die hem nodig had. Mensen die hem van die tijd kennen zeggen dat hij veel tot stand heeft gebracht. Hij mocht ook ervaren, dat het werk van de missionarissen vrucht begon te dragen; er kwamen inlandse priesters eerst om het werk van de missionarissen te ondersteunen en later om dat over te nemen.

Na 18 jaar terug in Nederland, ook omdat zijn moeder ziek was, besloot hij hier te blijven en niet meer terug te keren.

Dan begint de tweede deel van zijn priesterlijk leven, het Nederlandse. Hij volgt een cursus voor klinisch pastoraal werker in Nijmegen en is een tijdje geestelijke verzorger in het St. Radboudziekenhuis. Vanwege de slechts kortstondige contacten die hij in het ziekenhuis heeft, kiest hij voor een andere richting: het basispastoraat in de parochie. Hij wordt pastoor van de Helmondse Leonardusparochie. Bij zijn benoeming werd het einde van deze parochie reeds aangekondigd. De parochie zou opgaan in een federatie en de kerk zou worden gesloopt. Mede door zijn inzet is de parochie die eerst geknakt leek, weer gaan bloeien. Vlak voor de opheffing van de parochie heeft hij afscheid genomen. Velen hebben met pijn van hem en hun parochiekerk afscheid genomen. In deze periode heeft hij ook Corry Vermeulen leren kennen en waarderen.

Vervolgens is hij met Corry benoemd in Beek-Ubbergen, in een parochie die reeds enige tijd geen pastoor meer had en waarin het kerkelijk en parochieleven door vrijwilligers werd gedragen. Het begin was moeilijk. De opengevallen plaats van de pastoor Van Kessel was door leken vrijwilligers ingevuld en het deed hen pijn hun werk weer te moeten overdragen aan een nieuwe pastoor die ook weer ander mens was dan zijn voorganger.

Het kerkbestuur, de parochievergadering en de vrijwilligers zijn samen met de pastoor er doorheen gekomen. Er is meer eenheid gegroeid tussen de vrijwilligers en de koren. De contacten met de verenigingen uit het dorp zijn aangehaald. Er is een variŽteit aan vieringen ontstaan, van de gregoriaanse hoogmis tot een stille mis of een mis met volkszang, van een avondwake tot een kinderdienst. Veel tijd besteedde de pastoor aan de voorbereiding van de toediening van de sacramenten van het doopsel, het huwelijk, de eerste communie en het vormsel. Hij is een regelmatige gast in de ziekenhuizen en ook de communie op de eerste vrijdag van de maand kent zijn weg.

De pastoor heeft een uitgesproken weerzin tegen vergaderen en is een man die veel delegeert. Op het gebied van de liturgie is hij een doe- het- zelver met vaardigheden. Hij wenst zich toe te leggen op het brengen van de goede boodschap die aansluit waar de mensen mee bezig zijn. Zijn preken zijn afhankelijk van de sfeer die hij proeft in een viering.

Hoewel zijn pastorie op een berg is gelegen en het veel moeite kan kosten om daar te komen gezien de afnemende kwaliteit van het wegdek, is het een open huis zonder drempels waar iedereen welkom is. Mijn ervaring is: Je komt er niet weg zonder eerst een kop koffie of iets anders te hebben gedronken. Dit is van een zelfde gastvrijheid die ik ook in Afrika of in het Midden Oosten heb mogen ervaren.

In 2003 heeft hij zijn 40 jarig priesterfeest gevierd met een carillon als cadeau. De laatste jaren werden gekenmerkt door een afnemende lichamelijke conditie met een reeks voorvallen die weer de nodige tijd kostten om daarvan te herstellen. Hij is meermalen maanden lang uit de roulatie geweest, maar wilde zodra het weer even ging, terug naar altaar. Vorig jaar werd het niet langer verantwoord geacht hem nog op de pastorie te verzorgen en te ondersteunen en is hij via het ziekenhuis naar het Kloosterbejaardenoord Berchmanianum verhuisd.

Hij heeft zijn ontslagbrief aan de bisschop geschreven en is met ingang van 1 december 2010 ontheven van zijn functie als pastoor van de Bartholomaeus parochie van Beek-Ubbergen.

Vorige week is hij in het kloosterbejaardenoord liggend in de gang aangetroffen en in kritieke toestand naar het Raboudziekenhuis vervoerd. Hij heeft daar vorige week in het volle bewustzijn nog het sacramenten van de zieken ontvangen en heeft afscheid genomen en is op afgelopen zaterdagavond rustig ingeslapen.